Noorse vissoep met kabeljauw en garnaal (“fiskesuppe”)
Mijn recept voor een Noorse vissoep. Niet alleen eenvoudig te maken, maar ook een ideaal gerecht om je groentelade te legen. Ik had nog pastinaak, prei en knolselderij liggen, maar groenten zoals venkel, kool, en wortel zijn allemaal ook erg lekker. Zo lang je ongeveer 400 gram ongekookte groenten bij elkaar sprokkelt en bij het koken rekening houdt met de verschillende kooktijden, kan je variëren zo veel je wilt.
Ook bij de vis kan het eigenlijk niet verkeerd gaan. Ik kies hier voor kabeljauw met garnalen, maar alle andere combinaties met witvis, zalm en/of schaal- en schelpdieren zijn heerlijk.
Het is niet echt nodig maar een stukje knapperig brood maakt deze maaltijd wel af. Voel je je erg avontuurlijk vandaag, dan is een stukje zelfgemaakt “volkoren-platbrood” een heel erg smakelijke aanvulling (en helemaal niet lastig om zelf te bakken). Het recept hier is wat veel voor één maaltijd maar het brood is prima een dag of twee (gekoeld en goed afgedekt) te bewaren of in te vriezen.
Wat heb je nodig voor een Noorse vissoep met kabeljauw en garnaal?
(voor twee personen)
Voor de vissoep
225-250 gram witvis naar keuze (zoals kabeljauw, heilbot of zeeduivel)
75 gram (gepelde) garnalen
50 gram krielaardappels, geschild
1 grote pastinaak, in niet te kleine stukken
1 prei, in ringen
2 stengels bleekselderij, in ringen
½ knolselderij, in niet te kleine stukken
1 citroen, schil geraspt en wat sap (ongeveer een eetlepel)
1 eetlepel dille, fijngehakt
1 eetlepel platte peterselie, fijngehakt
350 ml visbouillon, zelf getrokken of van een blokje
1 klein (of wat groter) scheutje room
Voor het volkorenbrood
250 gram volkorenbloem
¾ theelepel gist
¾ theelepel moutsiroop (of gewone stroop)
150 water
½ theelepel zout
Bereidingswijze van Noorse vissoep en volkorenbrood
Maak ongeveer een uur voordat je aan tafel wilt het deeg voor het brood. Meng alle ingrediënten en kneed het met de hand of machine goed door tot een soepel en niet plakkerig deeg. Volkorenbloem is wat stugger dan normale bloem en heeft misschien wat langer kneden nodig. Blijft je deeg wat droog voeg dan een klein beetje extra water toe. Is je deeg nog plakkerig, dan kan een beetje extra bloem helpen. Laat het deeg goed afgedekt op een warme plek een uur rijzen. Verdeel dan het gerezen deeg in 8 even grote bolletjes en druk deze plat tot een dikte van ongeveer ½ cm. Verwarm de oven voor op 180 graden en bak de deegplakken in ca. 20-25 goudbruin en knapperig.
Terwijl het brood bakt kan je de soep maken. Breng daarvoor in een grote koekenpan de bouillon aan de kook. Leg de garnalen in de kokende bouillon, laat de bouillon weer aan de kook komen en draai het vuur uit. Laat de garnalen van het vuur af nog een minuut of 2 à 3 staan, totdat ze mooi roze kleuren. Schep de garnalen uit de pan en breng de bouillon nog een keer aan de kook. Leg nu de stukken vis in de bouillon, laat de bouillon weer aan de kook komen en haal de pan dan van het vuur. Schep de vis na een minuut of 5 voorzichtig uit de pan en zet deze even apart. Het is geen probleem wanneer de vis een beetje uit elkaar valt, want die gaat straks toch in stukken in de soep!
Giet de visbouillon in een soeppan en kook daarin de groenten beetgaar. Begin altijd met de harde groenten met een wat langere kooktijd, zoals de aardappels, pastinaak en knolselderij en eindig met groenten, die eigenlijk alleen maar heel even in het hete vocht hoeven, zoals de prei.
Voeg tot slot nog een klein scheutje room en een beetje citroensap toe. Breng alles op smaak met ruim peper en misschien nog een beetje zout. Meng de citroenschil en de kruiden. Schep de vis en garnalen terug in de hete soep en laat die van het vuur af nog een minuutje weer opwarmen. Schep de soep in kommen en bestrooi met het kruiden-citroenmengsel.
Serveer met een stukje (versgebakken) volkorenbrood.