Zomerrisotto met rucola-basilicumsalade

Een lekkere risotto is echt niet lastig te maken en altijd goed voor een heerlijke en snelle maaltijd.  Het resultaat is vooral afhankelijk van de manier van bereiden.  Risottorijst maak je altijd in een vast aantal handelingen. Houd je bij het koken van een risotto dit “stappenplan” aan, dan kan het eigenlijk niet verkeerd gaan. Heb je eenmaal de basis onder de knie dan kan je eindeloos variëren met allerlei toevoegingen en smaakcombinaties.

Dit recept is voor een zomerse versie waarin ik courgette en zoete knapperige erwtjes toevoeg. Voor het echte zomergevoel serveer je deze risotto met een flinke portie rucolasalade. Het is in Italië niet gebruikelijk om je risotto te combineren met sla, maar hier is het echt een aanvulling.

Geen keukenprins(es). Dan kan je deze risotto ook de hele week als weekmaaltijd bestellen!

Wat heb je nodig voor zomerrisotto met rucola-basilicumsalade?
(voor 2 personen)

180 gram risottorijst (bijvoorbeeld carnaroli of arboriorijst)
1 kleine witte ui en een stengel bleekselderij, in zo klein mogelijke stukjes (ongeveer de maat van een rijstkorrel)
2 eetlepels roomboter
1 flinke scheut witte wijn
ca. 500 ml groentebouillon
1 kleine courgette, in blokjes van ongeveer 1×1 cm
100 gram erwtjes (vers of diepvries)
50 gram Parmezaanse kaas, geraspt
1 flinke hand rucola en basilicum
1 eetlepel olijfolie en 1 eetlepel citroensap, met elkaar gemengd
zout en peper
eventueel wat geschaafde parmezaankrullen

Bereidingswijze van zomerrisotto met rucola-basilicumsalade

Stap 1. Neem een pan met een dikke bodem, zodat de warmte gelijkmatig geleid en de rijst gelijkmatig gaar kan worden. Bak de ui en bleekselderij in één eetlepel boter op zacht vuur in een minuut of 5 glazig en zacht, maar niet bruin.

Stap 2. Voeg de rijst toe en roer goed om zodat alle korrels bedekt zijn met boter en glazig wordt. Het is de bedoeling dat de rijst goed heet is voordat je vocht gaat toevoegen.  Voeg dan de witte wijn toe en laat het vocht verdampen.

Stap 3. Voeg de bouillon toe. Net genoeg zodat de rijst onderstaat. Het hangt een beetje af van de maat van je pan hoeveel vocht je nodig zal hebben. Blijf nu roeren terwijl de rijst zachtjes borrelt en het vocht opneemt. De rijst mag niet droog worden, dus voeg na een tijdje weer wat bouillon toe zodat de rijst weer met vocht bedekt is. Voeg na een minuut of 10 de blokjes courgette en de verse erwtjes toe (gebruik je diepvrieserwtjes, wacht dan met toevoegen tot het einde van de kooktijd) en laat de groenten meegaren. Proef na 5 minuten de rijst nog een keer en als je denkt dat hij bijna klaar is, voeg dan nog wat bouillon toe, maar minder dan in het begin. Het vocht moet op het einde van de kooktijd zo veel mogelijk verdampen en voeg je nu teveel bouillon toe dan wordt je risotto te gaar of te vloeibaar. Proef nu regelmatig om te bepalen of de rijst al gaar is. De korrels zijn dan mooi bol en zacht, maar in het midden nog een beetje stevig.

Stap 4. Neem de pan van het vuur en laat de rijst een minuutje rusten om wat af te koelen. Daarmee voorkom je dat je boter gaat schiften.

Stap 5. Voeg de rest van de roomboter toe, gevolgd door de Parmezaanse kaas. Kruid met peper en eventueel nog een beetje zout.

Meng net voor het serveren de rucola met de basilicum, maak deze aan met een beetje citroenolie en wat peper en zout naar smaak. Serveer de hete risotto in voorverwarmde borden bestrooid met een handje rucolasalade en eventueel wat dun geschaafde Parmezaan.

Voeg een opmerking toe