Petjel

De Indonesische keuken kent verschillende soorten koude groentesalades met pindasaus, zoals gado gado. Petjel is misschien wat minder bekend, maar wat mij betreft de lekkerste. Net als bij gado gado kan je alle combinaties van groenten nemen die je nog in je groentela hebt liggen, zolang je ze maar lekker knapperig en beetgaar laat. Het bijzondere aan dit gerecht is de pindasaus. Die is lekker “pedis” (pittig) en maak je i.p.v. kokosmelk met geroosterde pinda’s, zurige tamarinde en kentjoer (de wortel van een gemberachtige plant voor een heerlijke aparte kruidige smaak). Ik gebruik het liefste verse kentjoer. Kan je die niet vinden dan is gedroogde kentjoer of poeder een goed alternatief. Neem liever geen pindakaas. Los van alle onnodige toevoegingen, die daar vaak in zitten verandert daardoor toch de authentieke smaak.

Wat heb je nodig voor de petjel
(voor 2 porties)

ongeveer 600 gram groente naar keuze, kort geblancheerd (zoals kool, wortel, boontjes, bleekselderij, taugé, bloemkool, etc.) en/of rauwe groenten zoals komkommer, radijs, tomaat etc.
2 zachtgekookte eitjes
gebakken uitjes (zelf gebakken* of gekocht)

Voor de pindasaus
2 flinke eetlepels van de gebakken uitjes
1 à 2 (grote) rode chilipepers (de saus mag lekker heet, kies zelf hoe heet), zonder zaadlijsten en pitjes in stukjes
1 teentje knoflook in stukjes
2 kleine blaadjes djeroek poeroet (nerf verwijderen)
10 gram geschilde kentjoer, geraspt of een halve theelepel kentjoer poeder
1/2 theelepel zout
eventueel een mespuntje trassi voor de niet vegetariërs
1 theelepel assem (keukentamarinde uit een potje) of week een stukje tamarinde in 2 à 3 eetlepels warm water en gebruik het weekvocht
100 gram gepelde, geroosterde pinda’s (zonder vlies)
100 ml water
1 eetlepel gula djawa

Bereidingswijze van de petjel

Meng en vermaal alle ingrediënten voor de pindasaus, behalve het water, zo fijn mogelijk in een vijzel, staafmixer of met een keukenmachine en giet het mengsel in een pannetje met een dikke bodem. Verhit de pindasaus terwijl je goed blijft roeren en bak het mengsel op laag vuur een minuut door. Voeg dan beetje bij beetje het water toe, misschien heb je niet alles nodig. De pindasaus moet smeuïg worden, maar niet zo vloeibaar als dat je van “normale” pindasaus gewend bent. Liever iets steviger dan te waterig!

Meng de warme saus met de geblancheerde groenten (op kamertemperatuur) en serveer met de eitjes en gebakken uitjes.

 

*homemade gebakken uitjes zonder toevoegingen of zout zijn heerlijk en niet lastig om te maken. Het enige dat je nodig hebt is wat tijd. De truc voor knapperige uitjes zit hem in het drogen. Dat kan voor het bakken of erna. Leg een flinke portie sjalotten in dunne ringetjes gesneden op een stuk bakpapier, zo goed mogelijk verspreid en laat deze op 80-100 graden in de oven langzaam drogen, ongeveer 2-3 uur. Bak ze daarna op in een beetje olie. Je kan de uitjes ook eerst bakken en daarna een uurtje in de oven (op 50 graden) laten drogen. Dat duurt minder lang, alleen absorberen de uien dan wel meer vet.

Voeg een opmerking toe